Klas 1

Dit jaar gaan wij het over verschillende onderwerpen hebben. 
 In periode 4 gaan wij aan de slag met ecologie. Ik zal de onderwerpen waar wij deze periode mee aan de slag gaan boven aan zetten, zodat jullie deze onderwerpen makkelijk kunnen vinden. 

Organisatie - niveau's

In de biologie wordt er in verschillende niveaus van het leven gesproken. Het is belangrijk dat je weet over welk niveau er wordt gesproken tijdens de uitleg.
De organisatieniveau's zijn:

Systeem Aarde: Heet ook wel Biosfeer
Levensgemeenschap: Dit zijn alle organismen die samenleven in een gebied
Populatie: Alle organismen van een zelfde soort die leven in een bepaald gebied en zich kunnen voortplanten.
Organismen: Levende wezens
Orgaanstelsel: Organen die samenwerken
Orgaan: Bijvoorbeeld de lever
Weefsel: Cellen met dezelfde vorm en functie
Cel: Bijvoorbeeld een levercel
Organel: Onderdeel in de cel
Molecuul: Bijvoorbeeld DNA

Fotosynthese:

Bij fotosynthese wordt er als de zon op het blad schijnt van water en koolstofdioxide de volgende producten gemaakt: glucose + zuurstof.

voedselketen, voedselweb en voedselpiramide

Bekijk de video

Voedselkringloop

De producenten zetten bepaalde stoffen om via fotosynthese. De consument eet de producent en krijgt zo deze stoffen binnen. Hierna gaan de afvaleters die in de bodem zitten hun stoffen halen uit producenten en consumenten. Voorbeelden van afvaleters zijn: wormen, pissenbedden en mestkevers. Hierna gaan de reducenten aan de slag. Reducenten zijn schimmels en bacteriĆ«n. Zij zetten de stoffen weer om in mineralen die weer door de producenten gebruikt kunnen worden. 

Plantencel

Planten hebben cellen als bouwstenen. Deze cellen bevatten verschillende onderdelen:
1. Celwand: zorgt voor stevigheid
2. Celmembraan: Deze zorgt ervoor dat er stoffen de cel in en uit kunnen gaan.
3. Bladgroenkorrel: hier vindt fotosynthese in plaats
4. Cytoplasma: In deze vloeistof liggen de onderdelen van de cel.
5: Vacuole: blaasje met vocht.
6. Celkern: bevat informatie van de cel.