Klas 3
Dit jaar gaan wij het over verschillende onderwerpen van biologie hebben.
In periode 1 gaan wij aan de slag met erfelijkheid en evolutie Scroll voor de informatie van deze onderwerpen naar beneden.
Bevruchting:
in deze afbeelding wordt laten zien dat bij de mens de geslachtscellen 23 chromosomen hebben. En de lichaamscellen van de mens 46 chromosomen.
Mono-hybride kruisingen
In deze video wordt laten zien wat er gebeurd als er een base van het DNA er anders uitziet.
Evolutie in het kort
In deze video wordt de evolutie in het kort verteld.
Klas 3
Dit jaar gaan wij het over verschillende onderwerpen van biologie hebben.
In periode 2 gaan wij aan de slag met practicum, cellen en eiwitsynthese. Scroll voor de informatie van deze onderwerpen naar beneden.
Eiwitsynthese: hoe kan je zelf van een stukje DNA naar een aminozuur gaan?
in deze video worden de stappen laten zien om zelf van een stukje DNA naar een aminozuurketen te gaan.
Eiwitsynthese: Wat gebeurd er als een base van de aminozuurketen veranderd.
In deze video wordt laten zien wat er gebeurd als er een base van het DNA er anders uitziet.
Cellen:
Welke onderdelen zitten in een dierlijke cel. Als je op de link klikt kom je bij klas 4 waar de organisatieniveau's staan.
Organisatie - niveau's
In de biologie wordt er in verschillende niveaus van het leven gesproken. Het is belangrijk dat je weet over welk niveau er wordt gesproken tijdens de uitleg.
De organisatieniveau's zijn:
Systeem Aarde: Heet ook wel Biosfeer
Levensgemeenschap: Dit zijn alle organismen die samenleven in een gebied
Populatie: Alle organismen van een zelfde soort die leven in een bepaald gebied en zich kunnen voortplanten.
Organismen: Levende wezens
Orgaanstelsel: Organen die samenwerken
Orgaan: Bijvoorbeeld de lever
Weefsel: Cellen met dezelfde vorm en functie
Cel: Bijvoorbeeld een levercel
Organel: Onderdeel in de cel
Molecuul: Bijvoorbeeld DNA
Eiwitsynthese
De stappen van de eiwitsynthese zijn:
- DNA wordt afgelezen en er ontstaat RNA
- Er komt een kop en staart op het RNA, het RNA heet nu:
- messengerRNA(mRNA)
- MRNA gaat de celkern uit.
- Er komt een ribosoom om het mRNA heen.
- Het mRNA wordt afgelezen en er ontstaat een aminozuurketen.
- De aminozuurketen gaat naar het ER en wordt daar gevouwen tot een eiwit.
- Het eiwit gaat naar het golgis-ysteem om gelabeld te worden.
- Het eiwit gaat of de cel uit, of wordt in de cel gebruikt.
Bekijk hier boven de video over hoe je van de DNA code naar RNA gaat om vervolgens met het schema uit de Binas de juiste aminozuren te kunnen vinden voor de aminozuurketen.
De tweede video verteld wat er gebeurd als er een puntmutatie plaats vindt, en wat het effect is op de aminozuurketen.